Indonesië kent, met meer dan zeventienduizend geregistreerde eilanden, een rijke en diverse danscultuur. Elke regio en etnische groep in Indonesië heeft zijn eigen traditionele dansen. Deze zijn vaak verbonden aan rituelen, religieuze ceremonies, of historische verhalen.
Op het eiland Bali kennen ze verschillende Balinese dansen die net zo oud zijn als de geschreven geschiedenis van het eiland zelf. Het is een samensmelting van Hindoeïsme, Boeddhisme en voorouderverering die zijn oorsprong kent uit Java. Door de islamisering van Java is de hindoe-Javaanse cultuur daar in het gedrang gekomen. Op Bali heeft deze zich juist verder kunnen ontwikkelen. Inmiddels bestaan er honderden soorten dansen die de balans tussen positieve en negatieve kracht in stand moeten houden. Kenmerkend aan deze Balinese danscultuur zijn de dansers die in indrukwekkende kostuums een verhaal vertellen. Onder begeleiding van gamelanmuziek, de traditionele muziekstijl in Indonesië, worden de verhalen uitgebeeld met felle en krachtige hoofd-, nek-, arm-, schouder-, vinger- en zelfs teenbewegingen. De strakke en hoekige bewegingen worden afgewisseld met vloeiende en sierlijke bewegingen. Daar horen ook expressieve gezichtsuitdrukkingen bij.
De verschillende dansen op Bali, oftewel de tari, hebben ieder hun eigen gewoontes, bewegingen, betekenissen en verhalen die kunnen worden verteld. Elke beweging heeft zijn betekenis en bijna elk dorp een eigen dansgezelschap.
Tari Legong
Dit wordt ook wel de basis van de Balinese dans genoemd. Deze dans kent zijn karakteristieken van zijn bekende prachtige kostuums samen met danseressen die de dans uitvoeren met de strakke en sierlijke bewegingen gepaard met expressieve gezichtsuitdrukkingen. Tari Legong is een verfijnde Balinese hofdans wat uit de 18e eeuw komt. Bali was vroeger opgedeeld in negen kleine koninkrijken die elk werden geregeerd door een ‘Radja’, een koning. Deze Radja waren in strijd met elkaar om de mooiste Legong-dansvoorstellingen te geven. De Legong dans diende niet alleen als vermaak, maar ook om invloed en status te verwerven en de goden te eren.
De Legong wordt meestal uitgevoerd door twee of drie jonge danseressen, met kleurrijke kleding met gouden accenten, een gouden kroon met bloemen en opvallende make-up. Er bestaan ongeveer vijftien verschillende Legong dansen met ieder een unieke eigen stijl. Sommige dansen kunnen een uur duren en vaak vertellen ze een verhaal over Balinese legendes of historische gebeurtenissen.
Tari Barong
De Barong is een mythisch wezen met leeuwenmanen, glinsterende ogen en scherpe tanden. De Barong dans heeft zijn eigen eigen uniciteit en charme. De Barong zelf kan verschillende vormen hebben: Barong Ket, Barong Bangkal, Barong Landung, Barong Macan, Barong Asu en Barong Gajah. Barong Ket is de meest bekende vorm van de Barong, namelijk met het uiterlijk van een leeuw gemixt met een os en tijger.
De dans is niet alleen kunstvorm, er zit ook een psychologische betekenis achter. Het laat namelijk het gevecht zien tussen goed en kwaad. De Barong staat bekend als de belichaming van de goede kracht in de wereld, hij houdt de wereld in balans. In de dans komt de Barong tegenover Rangda (weduwe in het Javaans) te staan, het symbool van kwaad. De dans laat de strijd van Barong zien om deze balans van het universum in stand te houden.
De betekenis achter het verhaal en de dans is: harmonie. Het doel is om te laten zien dat geen enkele kracht het leven compleet kan domineren. Er zullen altijd twee tegenpolen zijn waarvan de balans bewaard zou moeten blijven.
Tari Kecak
Tari Kecak wordt ook wel de vuurdans of de ‘monkey chant’ genoemd. Het heeft zijn naam gekregen omdat de dans uitgevoerd wordt onder begeleiding van repeterend klikkend geluid. De basis van de Kecak-dans is een grote groep mannen (50-100 mannen, soms zelfs meer) die zittend rondom het heilige vuur in een trance cak-cak-cak roepen. Dit krachtige geluid bestaat uit complexe ritmes die de dansers zelf creëren en is vergelijkbaar met de muziek van de Gamelan. De mannelijke dansers rondom het vuur hebben een ontbloot bovenlichaam en om hun midden een zwart-wit-rode sarong gebonden, de kleuren van de Heilige Drie-eenheid Brama, Visnu en Shiva.
De dans vertelt het verhaal van Ramayana en zijn apenleger. Het geluid wat de mannen maken, moet hierbij ook het apenleger voorstellen. In het midden van de cirkel, en tevens het vuur, wordt het verhaal uitgebeeld. Hier wordt door het vuur heen gedanst en is te zien hoe prinses Sita ontvoerd wordt door Rahwana. Zij zal worden gered door prins Rama die soms gevangen wordt midden in het vuur en net op tijd weet te ontsnappen.
De Baris dans is een belangrijke dans op Bali. De dans kan uitgevoerd worden in groepen of solo en is een krijgsdans. De dans staat centraal om de mannelijkheid van de Balinese krijgers te prijzen. Baris betekent ‘lijn’ en verwijst naar de krijgers die vochten voor de koningen van Bali.
De Baris dans mag alleen uitgevoerd worden door mannen, het verbeeld hoe de krijgers zich voorbereiden om de vijanden te confronteren. Er zijn verschillende soorten Baris dansen, afhankelijk van de danssoort komen de mannen op met schilden en speren. Met krachtige bewegingen en hard marcherend lijken ze echt op vechters die de strijd tegemoet lopen. Maar de dans wordt ook gebruikt om de goden en voorouderen te verwelkomen op aarde.
De dansers dragen traditionele krijgskleding, rijk versierd met borst- en rugornamenten en een opvallende hoofdtooi. De kostuums variëren per regentschap, want vrijwel elk district op Bali heeft zijn eigen kenmerkende versie van de Baris-dans. In Badung, waar de dans vaak wordt uitgevoerd aan het begin van een crematieceremonie, verschijnen de dansers in zwart-wit geblokte kostuums en dragen ze speren met hetzelfde patroon. In Jembrana daarentegen domineert de kleur rood, wat de lokale stijl en symboliek benadrukt.
Tari Topeng
De Topeng dans is een geïmproviseerde gemaskerde dans. Het is een mengeling van dans, muziek en imitatie. De danser past de dans tijdens het uitvoeren constant aan, aan zowel de gamelanmuziek als aan de reactie van het publiek. Het doel van de uitvoering is om een link te leggen tussen entertainment en ritueel. Topeng-voorstellingen vinden plaats tijdens tempelfestivals van 3 tot 11 dagen, die in elk Balinees dorp worden gehouden. Voorafgaand aan elk Topeng-festival worden er offers gebracht aan de tempelgoden. Ook hier worden vaak de verhalen van Barong en Rangda vertelt. Ook andere historische verhalen worden op, soms een humoristische manier verbeeld.
Het publiek speelt daarbij een onmisbare rol. Daarom worden Topeng-dansers niet alleen geschoold in stem, dans, acteren, zang en mime, maar ontwikkelen ze ook een diep muzikaal inzicht; velen leren het volledige gamelanorkest bespelen. Zo kunnen ze tijdens de uitvoering feilloos reageren op elke nuance uit de muziek én op de energie van de toeschouwers. In die voortdurende wisselwerking tussen danser en publiek komt de essentie van de Balinese danskunst tot leven, een traditie die blijft ademen zolang er mensen zijn om te kijken, luisteren en mee te bewegen.